Personen- en familierecht

Familierecht. Geschil tussen Zweedse moeder en Nederlandse vader over de vaststelling van de onderhoudsplicht…

Hoge Raad, 19 oktober 2007

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 oktober 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
R06/135HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. van Duijvendijk-Brand
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BA9618
E-mail

Samenvatting

Familierecht. Geschil tussen Zweedse moeder en Nederlandse vader over de vaststelling van de onderhoudsplicht van de vader naar Zweeds kinderalimentatierecht voor hun in Zweden wonende minderjarig kind (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 19 oktober 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:BA9618

  2. Conclusie A-G · 19 oktober 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:BA9618

Uitspraak

19 oktober 2007

Eerste Kamer

Rek.nr. R06/135HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats], Zweden,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 29 januari 2003 ter griffie van de rechtbank Roermond ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd en na aanvulling van haar verzoek, voorzover in cassatie van belang, vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [de dochter] ten laste van de man van een bedrag van € 1.200,-- per maand met ingang van de geboortedatum van [de dochter].

De man heeft het verzoek bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 1 december 2004 bepaald dat de man met ingang van 24 juni 2000 aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [de dochter] € 1.200,-- per maand zal hebben te betalen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 11 juli 2006 heeft het hof op het principale en het incidentele hoger beroep de beschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de man met ingang van 24 juni 2000 aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [de dochter] € 440,-- per maand zal hebben te betalen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man is in cassatie niet verschenen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 10 augustus 2007 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.