Personen- en familierecht
Familierecht. Gerechtelijke vaststelling vaderschap, erkenning door man van minderjarig kind al naar Duits…
Hoge Raad, 21 maart 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC2252 · Hoge Raad · 21 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc2252
Zaakgegevens
Op 21 maart 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R07/071HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.F.M. van Weegberg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC2252
Samenvatting
Familierecht. Gerechtelijke vaststelling vaderschap, erkenning door man van minderjarig kind al naar Duits recht, gevolgen voor toewijsbaarheid verzoek (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 21 maart 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC2252
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC2252
Uitspraak
21 maart 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/071HR
IV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
Mr. Ivo Johan PIETERS, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [kind],
kantoorhoudende te Leiden,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.F.M. van Weegberg,
t e g e n
1. [De vrouw],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
2. [De man],
wonende te [woonplaats]
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de bijzonder curator, de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
De vrouw heeft op 1 april 2005 bij de rechtbank Amsterdam een verzoekschrift ingediend, strekkende tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man met betrekking tot de minderjarige [kind] (hierna het kind).
De rechtbank heeft zich bij beschikking van 20 april 2005 onbevoegd verklaard van het verzoekschrift kennis te nemen en de zaak verwezen naar de rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 20 juni 2005 heeft de rechtbank 's-Gravenhage verzoeker tot cassatie benoemd tot bijzonder curator over het kind.
De rechtbank heeft bij beschikking van 13 februari 2006 het verzoek van de vrouw afgewezen.
Tegen deze beschikking van de rechtbank heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 10 januari 2007 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de bijzonder curator beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor de bijzonder curator toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.