Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen biologische vader van een minderjarig kind en de moeder c.s. over diens verzoek…
Hoge Raad, 21 maart 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC4496 · Hoge Raad · 21 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc4496
Zaakgegevens
Op 21 maart 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/078HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.Th.R.F Carli, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC4496
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen biologische vader van een minderjarig kind en de moeder c.s. over diens verzoek tot nietigverklaring van de erkenning door haar echtgenoot; motivering (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 21 maart 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC4496
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC4496
Uitspraak
21 maart 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/078HR
JMH/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
De verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als de verwekker; de wederpartijen zullen ieder afzonderlijk worden aangeduid als de moeder, de andere man en de bijzonder curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 10 januari 2005 gedateerd en op 18 januari 2005 ter griffie van de rechtbank Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft de verwekker zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat de erkenning van [het kind], hierna: het kind, door de andere man nietig is en verzocht vervangende toestemming te verlenen voor erkenning door hem, met doorhaling van de erkenning door de andere man.
Bij beschikking van 10 februari 2005 heeft de rechtbank een bijzonder curator benoemd.
De moeder heeft het verzoek bestreden en de bijzonder curator heeft schriftelijk gereageerd.
De rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2005 bepaald dat de op 29 april 2004 gedane erkenning van het kind door de andere man nietig is, de ambtenaar van de burgerlijke stand te Tiel gelast de latere vermelding betreffende de erkenning op de geboorteakte door te halen, en vervangende toestemming verleend tot erkenning van het kind door de verwekker.
Tegen deze beschikking hebben de moeder en de andere man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij beschikking van 21 maart 2006 - niet uitvoerbaar bij voorraad - heeft het hof de uitspraak van de rechtbank vernietigd, voor zover daarbij is bepaald dat de op 29 april 2004 gedane erkenning van het kind door de andere man nietig is, de ambtenaar van de burgerlijke stand te Tiel is gelast de latere vermelding betreffende de erkenning op de geboorteakte door te halen en vervangende toestemming is verleend tot erkenning van het kind door de verwekker. In zoverre, opnieuw beschikkende, heeft het hof het verzoek van de verwekker afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft verwekker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder en de andere man hebben verzocht het beroep te verwerpen De bijzondere curator heeft geen verweer gevoerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 maart 2008.