Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen gewezen echtelieden over kinderalimentatie; TREMA-normen; bij de vaststelling…
Hoge Raad, 16 mei 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC8414 · Hoge Raad · 16 mei 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc8414
Zaakgegevens
Op 16 mei 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 mei 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11307HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H.M. van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC8414
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen gewezen echtelieden over kinderalimentatie; TREMA-normen; bij de vaststelling van de behoefte in aanmerking te nemen factoren (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 16 mei 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC8414
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 mei 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC8414
Uitspraak
16 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. 07/11307HR
EV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 januari 2006 ter griffie van de rechtbank Haarlem ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat de vader als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige zoon van partijen, [de zoon] een bedrag van € 150,-- per maand zal betalen over de periode van 1 augustus 2004 tot de datum van indiening van het verzoekschrift en een bedrag van € 260,-- per maand voor de periode daarna.
De vader heeft het verzoek bestreden en zijnerzijds een verzoek ingediend tot uitbreiding van de tussen partijen overeengekomen omgangsregeling.
De rechtbank heeft bij beschikking van 4 juli 2006 bepaald dat de vader met ingang van 1 februari 2006 aan de vrouw, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige, € 230,-- per maand zal betalen. De rechtbank heeft voorts een omgangsregeling vastgesteld.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 7 juni 2007 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en met ingang van 1 februari 2006 de door de vader verschuldigde bijdrage bepaald op € 70,-- per maand.De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.