Personen- en familierecht
Familierecht. Omgangsrecht; ontzegging aan vader van omgang met minderjarig kind niet in strijd met art. 8…
Hoge Raad, 3 oktober 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD7092 · Hoge Raad · 3 oktober 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd7092
Zaakgegevens
Op 3 oktober 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 oktober 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R07/069HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.B. Teunis
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD7092
Samenvatting
Familierecht. Omgangsrecht; ontzegging aan vader van omgang met minderjarig kind niet in strijd met art. 8 EVRM en art. 1:377a BW (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 3 oktober 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD7092
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 oktober 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD7092
Uitspraak
3 oktober 2008
Eerste Kamer
Nr. R07/069HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Op verzoek van de vrouw heeft de rechtbank Utrecht bij beschikking van 19 november 2003 tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en is de vrouw alleen met het gezag over [de dochter] (dochter van beide partijen, geboren op 3 juli 2002) belast.
Met een op 9 februari 2006 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, een omgangsregeling met [de dochter] vast te stellen met veroordeling van de vrouw tot betaling van een dwangsom voor elke keer dat zij in gebreke blijft de vastgestelde regeling na te komen.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 april 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 4 januari 2007 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweer gevoerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 oktober 2008.