Personen- en familierecht

Familierecht; internationaal privaatrecht. Gerechtelijke vaststelling vaderschap met betrekking tot…

Hoge Raad, 12 december 2008

Zaakgegevens

Op 12 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/00077
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. W.B Teunis, mr. I.J. Pieters
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG1113
E-mail

Samenvatting

Familierecht; internationaal privaatrecht. Gerechtelijke vaststelling vaderschap met betrekking tot minderjarig kind die gewone verblijfplaats in Suriname heeft; Wet conflictenrecht afstamming; strijd met openbare orde of art. 8 en 14 EVRM en art. 2 en 3 IVRK?; belang van kind (81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 3 oktober 2007

    ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8333
  2. Hoge Raad · 12 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG1113

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 12 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG1113

Uitspraak

12 december 2008

Eerste Kamer

08/00077

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats], Suriname,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. W.B. Teunis,

als belanghebbenden zijn aangemerkt:

1. [De vader],

wonende te [woonplaats],

BELANGHEBBENDE in cassatie,

niet verschenen,

2. mr. M.A. OSSENTJUK, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over [het kind],

kantoorhoudende te Leiden,

BELANGHEBBENDE in cassatie,

advocaat: mr. I.J. Pieters.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder, de man en de bijzonder curator.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 13 april 2005 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vast te stellen dat de man de vader is van de op [geboortedatum] 2004 geboren minderjarige [het kind] (hierna: de minderjarige) en dat de minderjarige de geslachtsnaam van de vader zal hebben.

De rechtbank Amsterdam heeft bij beschikking van 11 mei 2005 zich onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevond verwezen naar de rechtbank 's-Gravenhage.

De rechtbank 's-Gravenhage heeft bij beschikking van 21 november 2005 mr. M.A. Ossentjuk, advocaat te Leiden, benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.

De zaak is mondeling behandeld op 6 maart 2006, waarbij zijn verschenen: de advocaat van de vrouw, de man en de bijzonder curator. Na een tussenbeschikking van 12 juni 2006, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 11 september 2006 het verzoek afgewezen.

Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij beschikking van 3 oktober 2007 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het meer of anders in hoger beroep verzochte afgewezen.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De bijzonder curator heeft zich bij verweerschrift gerefereerd aan het oordeel van de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 december 2008.