Personen- en familierecht

Familierecht; ondertoezichtstelling (81 RO).

Hoge Raad, 19 december 2008

Zaakgegevens

Op 19 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/02695
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.A.R. Schuckink Kool
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG1818
E-mail

Samenvatting

Familierecht; ondertoezichtstelling (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 19 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG1818

  2. Conclusie A-G · 19 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG1818

Uitspraak

19 december 2008

Eerste Kamer

08/02695

EV/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker 1],

[Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en de Raad.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 2 januari 2008 ter griffie van de rechtbank Utrecht ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot de kinderrechter en verzocht drie minderjarige kinderen van de ouders onder toezicht te stellen.

De ouders hebben het verzoek bestreden.

De kinderrechter heeft, na mondelinge behandeling achter gesloten deuren, bij beschikking van 5 februari 2008 uitvoerbaar bij voorraad de minderjarigen voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld.

Tegen deze beschikking hebben de ouders hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 3 juni 2008 heeft het hof de beschikking van de kinderrechter bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.