Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag in…
Hoge Raad, 20 februari 2009
ECLI:NL:HR:2009:BG8813 · Hoge Raad · 20 februari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bg8813
Zaakgegevens
Op 20 februari 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/01601
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. D. Stoutjesdijk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BG8813
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag over minderjarige kinderen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 20 februari 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BG8813
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 februari 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG8813
Uitspraak
20 februari 2009
Eerste Kamer
08/01601
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 september 2004 ter griffie van de rechtbank Alkmaar ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht haar te belasten met het eenhoofdig gezag over de beide minderjarige kinderen van partijen.
De vader heeft het verzoek bestreden.
Na mondelinge behandelingen van het verzoek en een tussenbeschikking van 19 juli 2006, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 2 mei 2007 bepaald dat de moeder wordt belast met de uitoefening van het gezag over de beide kinderen. Tussen de vader en de kinderen heeft de rechtbank een nieuwe omgangsregeling vastgesteld.
Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 10 januari 2008 heeft het hof de beschikking waarvan beroep, voorzover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft bij verweerschrift verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 februari 2009.