Personen- en familierecht
Familierecht. Afwijzing verzoek ex art. 1:204 lid 3 BW tot vervangende toestemming tot erkenning van een kind…
Hoge Raad, 13 maart 2009
ECLI:NL:HR:2009:BG9919 · Hoge Raad · 13 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bg9919
Zaakgegevens
Op 13 maart 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11874
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W. Römelingh
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BG9919
Samenvatting
Familierecht. Afwijzing verzoek ex art. 1:204 lid 3 BW tot vervangende toestemming tot erkenning van een kind door een man die krachtens een in de Dominicaanse republiek gesloten huwelijk is gehuwd met een andere vrouw dan de moeder van het kind (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 13 maart 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BG9919
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 maart 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG9919
Uitspraak
13 maart 2009
Eerste Kamer
07/11874
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh,
t e g e n
1. [De moeder],
wonende te [woonplaats],
2. mr. E.G.S.N. ASSELBERGS, in haar hoedanigheid als bijzonder curator over [het kind],
kantoorhoudende te 's-Gravenhage,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, de moeder en de bijzonder curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 februari 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, vervangende toestemming te verlenen tot erkenning van de minderjarige [het kind] door hem, ingeval een DNA-onderzoek de man aanwijst als hoogstwaarschijnlijke verwekker of de moeder weigert medewerking aan een DNA-onderzoek te verlenen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 6 maart 2006 mr. E.G.S.N. Asselbergs benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 10 juli 2006 het verzoek van de man afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 4 juli 2007 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweersters in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 maart 2009.