Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van kinderalimentatie; draagkracht (81 RO).
Hoge Raad, 10 juli 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI2040 · Hoge Raad · 10 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi2040
Zaakgegevens
Op 10 juli 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/01832
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI2040
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over wijziging van kinderalimentatie; draagkracht (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 10 juli 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI2040
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juli 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI2040
Uitspraak
10 juli 2009
Eerste Kamer
08/01832
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 augustus 2006 ter griffie van de rechtbank Arnhem ingediend verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, onder wijziging van de beschikking van 18 oktober 2004 de door de vader aan haar te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen van partijen met ingang van 1 september 2006 nader vast te stellen op € 250,-- per kind per maand.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft, na mondelinge behandeling en na de vader bij tussenbeschikking van 2 januari 2007 te hebben opgedragen gegevens omtrent zijn inkomen te overleggen, bij eindbeschikking van 29 mei 2007 bepaald dat de vader voor de verzorging en opvoeding van de kinderen aan de moeder zal betalen een bedrag van € 70,-- per kind per maand, en wel met ingang van 1 september 2006. Voorts heeft de rechtbank het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen de eindbeschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 29 januari 2008 de eindbeschikking van de rechtbank vernietigd en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de moeder tot wijziging van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen over de periode van 1 september 2006 tot 1 november 2006 alsnog afgewezen en bepaald dat de vader aan de moeder zal betalen:
- met ingang van 1 november 2006 tot 1 januari 2007 een bedrag van € 70,-- per kind per maand;
- met ingang van 1 januari 2007 tot 1 september 2007 een bedrag van € 230,-- per kind per maand;
- met ingang van 1 september 2007 een bedrag van € 190,-- per kind per maand.
Voorts heeft het hof het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 juli 2009.