Personen- en familierecht
Familierecht. Vaststelling kinderalimentatie. Geschil tussen voormalige echtelieden over bij-drage…
Hoge Raad, 4 september 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI4208 · Hoge Raad · 4 september 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi4208
Zaakgegevens
Op 4 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 september 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02138
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. A.H.M. van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI4208
Samenvatting
Familierecht. Vaststelling kinderalimentatie. Geschil tussen voormalige echtelieden over bij-drage onderhoudsplichtige in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarig kind; vaststelling draagkracht onderhoudsplichtige; 81 RO.
Procesgang
Hoge Raad · 4 september 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI4208
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 september 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI4208
Uitspraak
4 september 2009
Eerste Kamer
08/02138
EV/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 21 november 2006 ter griffie van de rechtbank Maastricht ingediend verzoekschrift heeft de vrouw zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, te bepalen dat ten laste van de man een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de twee minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld van € 475,-- per kind per maand met ingang van 1 oktober 2006, althans een in goede justitie te bepalen bedrag en ingangsdatum.
De man heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 juni 2007 de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek voor zover dat ziet op de meerderjarige zoon van partijen en de man veroordeeld om met ingang van 1 december 2006 een bedrag van € 120,-- per maand als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter van partijen te voldoen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 21 februari 2008 heeft het hof, na een mondelinge behandeling, in het principaal appel en in het incidenteel appel de bestreden beschikking vernietigd voor wat betreft de daarbij vastgestelde kinderbijdrage en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de dochter een bedrag van € 109,-- per maand zal voldoen, met ingang van 1 december 2006, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft te voldoen bij vooruitbetaling.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht de man niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van de man heeft op 25 mei 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.