Personen- en familierecht

Familierecht. Wijziging kinderalimentatie art. 1:401 BW; geschil tussen voormalige echtelieden over bijdrage…

Hoge Raad, 25 september 2009

Zaakgegevens

Op 25 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/03611
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BI9628
E-mail

Samenvatting

Familierecht. Wijziging kinderalimentatie art. 1:401 BW; geschil tussen voormalige echtelieden over bijdrage onderhoudsplichtige in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarig kind (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 25 september 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BI9628

  2. Conclusie A-G · 25 september 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BI9628

Uitspraak

25 september 2009

Eerste kamer

nr. 08/03611

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijk instanties

Met een op 12 oktober 2006 ter griffie van de rechtbank 's-Hertogenbosch ingediend verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en, na aanvulling van zijn verzoekschrift, verzocht, de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam van 24 juni 2004 te wijzigen, en primair de door hem te betalen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie dochters met ingang van 30 september 2005 op nihil te stellen, althans op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vermoge te behage. Subsidiair heeft de man verzocht te bepalen dat de hoogte van de bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn drie dochters naar rato van de draagkracht van de drie onderhoudsplichtige (stief)ouders met ingang van 30 september 2005 gewijzigd wordt.

De vrouw heeft de verzoeken van de man bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 5 maart 2007 het primaire en subsidiaire verzoek van de man afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Bij beschikking van 5 maart 2007 heeft het hof, in het principaal en in het incidenteel appel, de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 7 juli 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 september 2009.