Personen- en familierecht
Familierecht. Vaststelling bijdrage in onderhoud minderjarig kind, bepalen hoofdverblijfplaats minderjarig…
Hoge Raad, 2 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ1255 · Hoge Raad · 2 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj1255
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/03889
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K.T.B Salomons, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ1255
Samenvatting
Familierecht. Vaststelling bijdrage in onderhoud minderjarig kind, bepalen hoofdverblijfplaats minderjarig kind en vaststelling omgangsregeling. Ruimte voor eisvermeerdering in appèl op de voet van art. 362 jo. 283 Rv.? (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 2 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ1255
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ1255
Uitspraak
2 oktober 2009
Eerste Kamer
08/03889
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K.T.B. Salomons,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 maart 2007 ter griffie van de rechtbank Haarlem ingediend verzoekschrift heeft de vader zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, onder wijziging van de beschikking van 22 juni 2005, de door hem aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van het minderjarige kind van partijen, [kind 1], vast te stellen op nihil, althans op een bedrag per maand als de rechtbank juist acht.
De moeder heeft het verzoek van de vader bestreden en bij zelfstandig verzoek gevorderd dat de rechtbank zal bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen van partijen [kind 1] en [kind 2] bij de moeder is en een omgangsregeling zal vaststellen.
De vader heeft de vorderingen van de moeder bestreden. De rechtbank heeft, na mondelinge behandeling, bij beschikking van 20 november 2007 de door de vader te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] vastgesteld op € 439,11 per maand, met ingang van 1 april 2007 en met jaarlijkse indexering, de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken en het meer of anders verzochte afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij beschikking van 19 juni 2008 de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw rechtdoende, bepaald dat het hoofdverblijf van [kind 2] bij de moeder is, een omgangsregeling vastgesteld en de door de vader met ingang van 1 april 2007 aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind 1] en [kind 2] bepaald op € 352,50 per kind per maand en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 2 oktober 2009.