Personen- en familierecht
Familierecht. Gedwongen ontheffing uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid sub a BW). Toekomst- perspectief…
Hoge Raad, 16 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ1940 · Hoge Raad · 16 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj1940
Zaakgegevens
Op 16 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/01346
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ1940
Samenvatting
Familierecht. Gedwongen ontheffing uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid sub a BW). Toekomst- perspectief kinderen. Ruimte voor beoordeling of horen kinderen noodzakelijk dan wel gewenst is. Art. 8 EVRM. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 16 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ1940
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ1940
Uitspraak
16 oktober 2009
Eerste Kamer
09/01346
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Raad voor de Kinderbescherming.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad voor de Kinderbescherming zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, [verzoekster] te ontheffen uit het ouderlijk gezag van twee van haar minderjarige kinderen; [de dochter] en [de zoon].
[Verzoekster] heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 16 juli 2008 [verzoekster] uit het ouderlijk gezag ontheven en de Stichting Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam met de voogdij over voornoemde minderjarige kinderen belast.
Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, en verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en [verzoekster] in haar ouderlijk gezag te herstellen.
Bij beschikking van 30 december 2008 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 oktober 2009.