Personen- en familierecht
Familierecht. Verzoek tot vaststelling omgangsregeling ingesteld door gedetineerde vader. Bevoegdheid van…
Hoge Raad, 2 oktober 2009
ECLI:NL:HR:2009:BJ2673 · Hoge Raad · 2 oktober 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bj2673
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00531
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BJ2673
Samenvatting
Familierecht. Verzoek tot vaststelling omgangsregeling ingesteld door gedetineerde vader. Bevoegdheid van rechter ex art. 810 Rv. ook als de moeder in eerste aanleg niet is verschenen de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een advies uit te brengen. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 2 oktober 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BJ2673
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 oktober 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BJ2673
Uitspraak
2 oktober 2009
Eerste kamer
09/00531
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift, gedateerd 7 september 2005, heeft de vader zich gewend tot de rechtbank Rotterdam en verzocht, kort gezegd, tussen hem en zijn minderjarige kinderen, [de kinderen], een omgangsregeling vast te stellen.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 15 februari 2006 de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden van omgang van de vader met de minderjarigen. Nadat de Raad voor de Kinderbescherming een rapport had uitgebracht, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 24 mei 2007 het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 5 november 2008 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 2 oktober 2009.