Personen- en familierecht

Verdeling opgebouwde pensioenrechten. Toepassing HR 27 november 1981, NJ 1982, 503 (Boon/Van Loon) (81 RO).

Hoge Raad, 11 september 2009

Zaakgegevens

Op 11 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/02582
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ5403
E-mail

Samenvatting

Verdeling opgebouwde pensioenrechten. Toepassing HR 27 november 1981, NJ 1982, 503 (Boon/Van Loon) (81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 30 januari 2008

    ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2840
  2. Hoge Raad · 11 september 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ5403

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 11 september 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ5403

Uitspraak

11 september 2009

Eerste Kamer

08/02582

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

De vrouw heeft bij exploot van 7 juli 1997 de man gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat de man is gehouden tegen behoorlijk bewijs van kwijting een tijdsevenredig deel van de door de man opgebouwde pensioenrechten aan de vrouw af te dragen.

De man heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen te hebben gelast, bij vonnis van 24 december 2003 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage en haar eis vermeerderd.

Bij arrest van 30 januari 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de man is verstek verleend.

De zaak is voor de vrouw toegelicht door haar advocaat.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van de vrouw heeft op 12 juni 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de vrouw in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 september 2009.