Personen- en familierecht
Familierecht. Gedwongen ontheffing van het gezag over minderjarig kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder…
Hoge Raad, 11 december 2009
ECLI:NL:HR:2009:BK0863 · Hoge Raad · 11 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bk0863
Zaakgegevens
Op 11 december 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/00591
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BK0863
Samenvatting
Familierecht. Gedwongen ontheffing van het gezag over minderjarig kind op de voet van art. 1:268 lid 2 onder a BW juncto 1:254 BW. (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 12 november 2008
ECLI:NL:GHSGR:2008:BH3758Hoge Raad · 11 december 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BK0863
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 december 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BK0863
Uitspraak
11 december 2009
Eerste Kamer
09/00591
EE/SV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Rotterdam-Rijnmond,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 10 januari 2007 ter griffie van de rechtbank Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft de Raad zich gewend tot die rechtbank en verzocht, kort gezegd, de moeder van het ouderlijk gezag van de minderjarige [de zoon] te ontheffen.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 april 2007 de moeder van het ouderlijk gezag van [de zoon] ontheven en Bureau Jeugdzorg Stadsregio Rotterdam tot voogdes van [de zoon] benoemd.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 12 november 2008 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers, als voorzitter, en de raadsheren O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 december 2009.