Personen- en familierecht
Familierecht; geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. Wijziging van omstandigheden die…
Hoge Raad, 23 april 2010
ECLI:NL:HR:2010:BL7817 · Hoge Raad · 23 april 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bl7817
Zaakgegevens
Op 23 april 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03391
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Z.B Gyömorei, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BL7817
Samenvatting
Familierecht; geschil tussen voormalige echtelieden over partneralimentatie. Wijziging van omstandigheden die een beroep op art. 1:401 BW rechtvaardigt? (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 27 mei 2009
ECLI:NL:GHSGR:2009:BI8204Hoge Raad · 23 april 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BL7817
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 april 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BL7817
Uitspraak
23 april 2010
Eerste Kamer
09/03391
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. Z.B. Gyömorei,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 286670/F2 RK 07-1416 van de rechtbank Rotterdam van 19 mei 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.012.789/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 mei 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.