Personen- en familierecht
Familierecht. Grond voor gedwongen ontheffing ouder uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid 2 onder a BW)?…
Hoge Raad, 11 juni 2010
ECLI:NL:HR:2010:BM0891 · Hoge Raad · 11 juni 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bm0891
Zaakgegevens
Op 11 juni 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juni 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04636
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BM0891
Samenvatting
Familierecht. Grond voor gedwongen ontheffing ouder uit ouderlijk gezag (art. 1:268 lid 2 onder a BW)? Bereidheid moeder zich niet tegen uithuisplaatsing te verzetten, voldoende om in het belang van het kind geen ontheffing uit te spreken? Vgl. HR 4 april 2008, NJ 2008, 506. (Art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 11 juni 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BM0891
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juni 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BM0891
Uitspraak
11 juni 2010
Eerste Kamer
09/04636
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
regio Amsterdam en Gooi & Vechtstreek, gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 401366/FA RK 08.4855 van de rechtbank Amsterdam van 14 januari 2009,
b. de beschikking in de zaak 200.030.419/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 18 augustus 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 11 juni 2010.