Personen- en familierecht
Familierecht. Echtscheiding en partneralimentatie. Verwerping pensioenverweer; art. 1:153 BW. (81 RO).
Hoge Raad, 19 november 2010
ECLI:NL:HR:2010:BN8532 · Hoge Raad · 19 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bn8532
Zaakgegevens
Op 19 november 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01606
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.C Meijroos, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BN8532
Samenvatting
Familierecht. Echtscheiding en partneralimentatie. Verwerping pensioenverweer; art. 1:153 BW. (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 20 april 2010
ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8058Hoge Raad · 19 november 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BN8532
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 november 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BN8532
Uitspraak
19 november 2010
Eerste Kamer
10/01606
DV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.C. Meijroos,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 413931/FA RK 08-9380 van de rechtbank Amsterdam van 9 september 2009 en 4 november 2009;
b. de beschikkingen in de zaak met de nummers 200.050.700/01 en 200.053.692/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 januari 2010 en 20 april 2010.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 20 januari 2010 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatie-rekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 november 2010.