Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen voormalig echtelieden over gebruik van de echtelijke woning na inschrijving…
Hoge Raad, 3 december 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO0184 · Hoge Raad · 3 december 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo0184
Zaakgegevens
Op 3 december 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 december 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/04792
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.B Baumgarten, mr. E.C.M. Hurkens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO0184
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen voormalig echtelieden over gebruik van de echtelijke woning na inschrijving echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. (Art. 81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 3 december 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO0184
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 december 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO0184
Uitspraak
3 december 2010
Eerste Kamer
09/04792
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.C.M. Hurkens.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 362602/FA RK 07-900 van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2008,
b. de beschikking in de zaak 200.015.370/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 september 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft op 22 oktober 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 3 december 2010.