Personen- en familierecht

Familierecht; toestemming rechter tot erkenning kind; art. 204, lid 3 BW. (81 RO)

Hoge Raad, 4 maart 2011

Zaakgegevens

Op 4 maart 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 maart 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/03154
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BO9563
E-mail

Samenvatting

Familierecht; toestemming rechter tot erkenning kind; art. 204, lid 3 BW. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 4 maart 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BO9563

  2. Conclusie A-G · 4 maart 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BO9563

Uitspraak

4 maart 2011

Eerste Kamer

10/03154

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 421761/FA RK 09-1787 van de rechtbank Amsterdam van 8 juli 2009 en 23 december 2009;

b. de beschikking in de zaak met nummers 200.052.966/01 en 200.052.966/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 20 april 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof met zaaknummer 200.052.966/01 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 maart 2011.