Personen- en familierecht
Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; art. 1:268 lid 2, onder a, jo. art. 1:254 lid 1 BW…
Hoge Raad, 11 februari 2011
ECLI:NL:HR:2011:BO9625 · Hoge Raad · 11 februari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bo9625
Zaakgegevens
Op 11 februari 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/01427
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BO9625
Samenvatting
Familierecht. Verzoek tot ontheffing uit ouderlijk gezag; art. 1:268 lid 2, onder a, jo. art. 1:254 lid 1 BW. (81 RO)
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 13 januari 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BL0323Hoge Raad · 11 februari 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BO9625
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BO9625
Uitspraak
11 februari 2011
Eerste Kamer
10/01427
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende op een geheim adres,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
vestiging Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 313862/F1 RK 08-2256 van de rechtbank Rotterdam van 8 september 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.021.789/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 13 januari 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 11 februari 2011.