Personen- en familierecht

Familierecht. Verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige; art. 1:254 BW. (81 RO)

Hoge Raad, 1 april 2011

Zaakgegevens

Op 1 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/04558
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.L. van Lookeren Campagne
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP3279
E-mail

Samenvatting

Familierecht. Verzoek tot ondertoezichtstelling minderjarige; art. 1:254 BW. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP3279

  2. Conclusie A-G · 1 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP3279

Uitspraak

1 april 2011

Eerste Kamer

10/04558

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De moeder],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,

t e g e n

DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

gevestigd te Almelo,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

[De zoon],

wonende te [woonplaats],

niet verschenen,

en

STICHTING BUREAU JEUGDZORG OVERIJSSEL,

gevestigd te Hengelo (Ov),

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad voor de Kinderbescherming.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 109566/JE RK 10-256 van de rechtbank Almelo van 1 maart 2010;

b. de beschikking in de zaak 200.064.518 van het gerechtshof te Arnhem van 20 juli 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.