Personen- en familierecht
(Art. 81 RO). Erfrecht/procesrecht. Ontvankelijkheid. Verzoek tot bevelen boedelbeschrijving (art. 672 Rv.)…
Hoge Raad, 27 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BP4805 · Hoge Raad · 27 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp4805
Zaakgegevens
Op 27 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02917
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R. Menschaert
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP4805
Samenvatting
(Art. 81 RO). Erfrecht/procesrecht. Ontvankelijkheid. Verzoek tot bevelen boedelbeschrijving (art. 672 Rv.). Ontslag executeur (op de voet van art. 4:149 lid 1, onder f, en lid 2 BW)? Hoger beroep tegen (eind)beschikking tijdig ingesteld? Gezag van gewijsde van eerdere beschikking op de voet van art. 672 Rv.?
Procesgang
Hoge Raad · 27 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP4805
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP4805
Uitspraak
27 mei 2011
Eerste Kamer
10/02917
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R. Menschaert,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster]. Verweerders onder 1 tot en met 3 zullen ook worden aangeduid als [verweerster 1], de broer en [verweerster 3] en verweerder onder 4 als de notaris.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak EA 07-3226/3702 van de kantonrechter te Amsterdam van 25 oktober 2007, 11 december 2007, 21 januari 2008 en 11 juni 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.044.421/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 april 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 mei 2011.