Personen- en familierecht

Art. 81 RO. Familierecht. Geschil gewezen echtelieden over partneralimentatie. Behoeftigheid…

Hoge Raad, 24 juni 2011

Zaakgegevens

Op 24 juni 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 juni 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/05299
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. R Dhalganjansing, mr. H.H.M. Meijroos
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BQ0518
E-mail

Samenvatting

Art. 81 RO. Familierecht. Geschil gewezen echtelieden over partneralimentatie. Behoeftigheid alimentatiegerechtigde.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 28 april 2010

    ECLI:NL:GHSGR:2010:BP8412
  2. Gerechtshof 's-Gravenhage · 8 september 2010

    ECLI:NL:GHSGR:2010:BO9074
  3. Hoge Raad · 24 juni 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BQ0518

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 24 juni 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ0518
  5. Conclusie A-G · 15 november 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:1246
  6. Hoge Raad · 14 februari 2014

    ECLI:NL:HR:2014:328

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen · Conclusie gevolgd

Uitspraak

24 juni 2011

Eerste Kamer

10/05299

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. R. Dhalganjansing,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. H.H.M. Meijroos.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 317162/F2 RK 08-2714 van de rechtbank Rotterdam van 23 februari 2009;

b. de beschikkingen in de zaak 200.030.600.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 april 2010 (tussenbeschikking) en 8 september 2010 (eindbeschikking).

De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is vastgesteld op 26 mei 2011 en gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.