Personen- en familierecht
Art. 81 RO. Familierecht. Beding van niet-wijziging in echtscheidingsconvenant. Verzoek tot beëindiging /…
Hoge Raad, 30 september 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ8087 · Hoge Raad · 30 september 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bq8087
Zaakgegevens
Op 30 september 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05513
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. G.R. den Dekker
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BQ8087
Samenvatting
Art. 81 RO. Familierecht. Beding van niet-wijziging in echtscheidingsconvenant. Verzoek tot beëindiging / nihilstelling alimentatiebijdrage; art. II WLA, art. 6:248 lid 2 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 22 september 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8659Hoge Raad · 30 september 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BQ8087
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 september 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ8087
Uitspraak
30 september 2011
Eerste Kamer
10/05513
DV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 305017/F van de rechtbank Rotterdam van 9 december 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.027.112/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 september 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.