Personen- en familierecht
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot benoeming van bijzonder curator, belanghebbende; art. 1:250 BW. Verzoek…
Hoge Raad, 21 oktober 2011
ECLI:NL:HR:2011:BR5312 · Hoge Raad · 21 oktober 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-br5312
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01467
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. R.F Thunnissen, J van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BR5312
Samenvatting
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek tot benoeming van bijzonder curator, belanghebbende; art. 1:250 BW. Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; artt. 1:254, 256, 261, 262 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 23 december 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2181Hoge Raad · 21 oktober 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BR5312
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 oktober 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BR5312
Uitspraak
21 oktober 2011
Eerste Kamer
11/01467
DVE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarigen [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
kantoorhoudende te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerster 1], in haar hoedanigheid van bijzonder curator,
kantoorhoudende te [plaats],
advocaat: mr. R.F. Thunnissen,
2. STICHTING BUREAU JEUGDZORG ZUID-HOLLAND MIDDEN,
gevestigd te [vestigingsplaats],
advocaat: J. van Duijvendijk-Brand,
VERWEERSTERS in cassatie.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker], [verweerster 1] en Bureau Jeugdzorg.
1. De gedingen in feitelijke instanties
Voor het verloop van de gedingen in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
Geding I:
a. de beschikkingen in de zaak 371021/10-1957 van de kinderrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 2 en 18 augustus 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.077.294/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 januari 2011.
Geding II:
a. de beschikking in de zaak EJ VERZ 10-81662 van de kantonrechter te Gouda van 4 november 2010;
b. de beschikking in de zaak met zaaknummers 200.078.292/01 en 200.078.377/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2010.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster 1] heeft verzocht het beroep te verwerpen en Bureau Jeugdzorg heeft verzocht het beroep tegen de beschikking van 23 december 2010 te verwerpen en verzoeker in zijn beroep tegen de beschikking van 19 januari 2011 niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep voor zover dit is gericht tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 december 2010 en tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker tot cassatie in zijn beroep tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 januari 2011.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 26 augustus 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheer F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.D. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 oktober 2011.