Personen- en familierecht
Art. 81 RO. Familierecht. Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1:256, 262 BW.
Hoge Raad, 9 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BU4215 · Hoge Raad · 9 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu4215
Zaakgegevens
Op 9 december 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05092
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Groen, mr. P.C.M. van Schijndel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU4215
Samenvatting
Art. 81 RO. Familierecht. Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing; art. 1:256, 262 BW.
Procesgang
Hoge Raad · 9 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU4215
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BU4215
Uitspraak
9 december 2011
Eerste Kamer
10/05092
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende in Ierland,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 446799/09-344 van de rechtbank Amsterdam van 14 december 2009 en 13 april 2010;
b. de beschikking in de zaak met zaaknummers 200.069.610/01 en 200.069.616/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 23 augustus 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft een verweerschrift ingediend en daarbij geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het cassatieberoep, althans tot verwerping daarvan.
De moeder heeft bij brief van 28 maart 2011 op het verweerschrift van de vader gereageerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.