Personen- en familierecht
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek biologische vader om omgang en informatie; art. 1:377a, 377b BW. Art. 8 EVRM.
Hoge Raad, 13 juli 2012
ECLI:NL:HR:2012:BW7010 · Hoge Raad · 13 juli 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bw7010
Zaakgegevens
Op 13 juli 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/04189
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M-J.E de Boorder-Gilsing, aanvankelijk mr. P Garretsen, mr. W.J. Vroegindeweij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BW7010
Samenvatting
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek biologische vader om omgang en informatie; art. 1:377a, 377b BW. Art. 8 EVRM.
Procesgang
Hoge Raad · 13 juli 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BW7010
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 juli 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BW7010
Uitspraak
13 juli 2012
Eerste Kamer
11/04189
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M-J.E. de Boorder-Gilsing,
t e g e n
1. [De moeder],
2. [De wettige vader],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,
e n t e g e n
Mr. W.J. VROEGINDEWEIJ, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over de minderjarige [de minderjarige],
kantoorhoudende te Katwijk,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als verzoeker, de moeder, de wettige vader en de bijzonder curator.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak FA RK 10-4452 van de rechtbank te 's-Gravenhage van 15 november 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.081.413.01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 juni 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder en de wettige vader hebben verzocht het beroep te verwerpen. De bijzonder curator heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door J.C. van Oven op 13 juli 2012.