Personen- en familierecht

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Alimentatie. Beoordelingsvrijheid feitenrechter bij het…

Hoge Raad, 17 april 2015

Zaakgegevens

Op 17 april 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 april 2015
Datum publicatie
16 april 2015
Zaaknummer
15/00452
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph Dietz de Loos, mr. K. Aantjes
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1072
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Alimentatie. Beoordelingsvrijheid feitenrechter bij het vaststellen van draagkracht en behoefte.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:5047
  2. Conclusie A-G · 6 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:184
  3. Hoge Raad · 17 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1072

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

17 april 2015

Eerste Kamer

15/00452

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. K. Aantjes.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak C/15/197055/FA RK 12-3561 van de rechtbank Noord-Holland van 26 juni 2013,
28 augustus 2013 en 12 februari 2014;

b. de beschikking in de zaak 200.149.032/01 van het gerechtshof Amsterdam van 4 november 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van de man in zijn cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 16 maart 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-5, 7-11, 13 en 15).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 17 april 2015.