Personen- en familierecht

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Afwijzing omgangsregeling (art. 1:377a BW). Reageren op rapport…

Hoge Raad, 29 mei 2015

Zaakgegevens

Op 29 mei 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 mei 2015
Datum publicatie
29 mei 2015
Zaaknummer
15/00786
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.L. van Lookeren Campagne
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1415
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Afwijzing omgangsregeling (art. 1:377a BW). Reageren op rapport deskundige. Schending art. 6 of 8 EVRM?

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 november 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:8973
  2. Conclusie A-G · 10 april 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:415
  3. Hoge Raad · 29 mei 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1415

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

29 mei 2015

Eerste Kamer

15/00786

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. H.L. van Lookeren Campagne,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 105557/FA RK 10-1174 van de rechtbank Leeuwarden van 2 maart 2011;

b. de beschikking in de zaak C/17/105557/FA RK 10-1174 van de rechtbank Noord-Nederland van 6 maart 2013;

c. de beschikkingen in de zaak 200.127.890/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2013,
11 februari 2014 en 18 november 2014.

De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 6 - 7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 29 mei 2015.