Personen- en familierecht

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Omgangsrecht. Ontzegging omgang.

Hoge Raad, 18 december 2015

Zaakgegevens

Op 18 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2015
Datum publicatie
17 december 2015
Zaaknummer
15/04582
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3613
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Personen- en familierecht. Omgangsrecht. Ontzegging omgang.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 november 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2277
  2. Hoge Raad · 18 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3613

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:2680

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

18 december 2015

Eerste Kamer

15/04582

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats], België,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/10/451296/FA RK 14-3937 van de rechtbank Rotterdam van 30 september 2014;

b. de beschikking in de zaak 200.161.966/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 juli 2015.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 18 december 2015.