Personen- en familierecht

Art. 80a lid 1 RO. Uitleg echtscheidingsconvenant. Dwingende bewijskracht. Beroep op leemte in convenant…

Hoge Raad, 16 januari 2015

Zaakgegevens

Op 16 januari 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 januari 2015
Datum publicatie
16 januari 2015
Zaaknummer
14/04447
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:88
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Uitleg echtscheidingsconvenant. Dwingende bewijskracht. Beroep op leemte in convenant. Stelplicht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 november 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2273
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:1911
  3. Hoge Raad · 16 januari 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:88

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

16 januari 2015

Eerste Kamer

14/04447

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[de man],
wonende te [woonplaats ],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos,

t e g e n

[de vrouw],
wonende te [woonplaats ],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 411298 CV EXPL 12-3050 van de kantonrechter te Alkmaar van 3 december 2012 en 17 juni 2013;

b. het arrest in de zaak 200.133.520/01 van het gerechtshof Amsterdam van 27 mei 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen de vrouw is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO.

De advocaat van de man heeft bij brief van 11 december 2014 op dat standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 16 januari 2015.