Personen- en familierecht
Huwelijksgoederenrecht. Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap. Motiveringsklacht.
Hoge Raad, 2 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:981 · Hoge Raad · 2 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2017-981
Zaakgegevens
Op 2 juni 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 juni 2017
- Datum publicatie
- 1 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/04593
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:981
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Huwelijksgoederenrecht. Verdeling van huwelijksgoederengemeenschap. Motiveringsklacht.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 18 maart 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:2505Gerechtshof Amsterdam · 14 juni 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:2274Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 april 2017
ECLI:NL:PHR:2017:286Hoge Raad · 2 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:981
Conclusie contrairGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Gerechtshof Amsterdam · 14 juni 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:2477Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 juni 2017
Eerste Kamer
16/04593
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats], België,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaken C/14/113458/ES RK 09-954 en C/14/151683/ES RK 14/144 van de rechtbank Noord-Holland van 15 juli 2010, 22 januari 2014, 5 november 2014 en 18 maart 2015;
b. de beschikking in de zaken 200.168.284/01 en 200.168.284/02 van het gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift tot cassatie zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 mei 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) De vrouw en de man zijn op 22 september 2000 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd.
(ii) Het huwelijk is op 9 november 2010 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.
Voor zover in cassatie van belang betreft de onderhavige zaak de verdeling van de huwelijksgoederen-gemeenschap.
De rechtbank heeft in haar eindbeschikking de huwelijksgoederengemeenschap verdeeld op de wijze die door het hof is weergegeven in rov. 3.1 van de bestreden beschikking, en het meer of anders verzochte afgewezen.
Het hof heeft de eindbeschikking van de rechtbank bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen. Bij de vaststelling van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap heeft volgens het hof als peildatum 9 november 2010 te gelden, de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand (rov. 4.8 in verbinding met rov. 4.10).
Onderdeel 2.6 klaagt onder meer over de afwijzing door het hof van het verzoek van de vrouw (weergegeven in rov. 3.2, onder “Ad 13”) strekkende primair tot toescheiding van de eenmanszaak aan de man onder verbeurte van de waarde van die zaak aan de vrouw, zijnde een bedrag van € 225.000,--, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, en subsidiair tot verdeling van de eenmanszaak bij helfte.
Deze klacht treft doel. Uit het dictum van de bestreden beschikking in verbinding met rov. 3.1-3.2 volgt dat het hof het hiervoor in 3.3.1 bedoelde verzoek van de vrouw heeft afgewezen. Het hof heeft deze afwijzing evenwel in het geheel niet gemotiveerd. De vrouw heeft haar verzoek onderbouwd door aan te voeren dat de man de eenmanszaak (een café) in 2009, dus niet lang voor de peildatum van 9 november 2010, naar zijn zeggen voor een bedrag van € 225.000,-- heeft gekocht (appelrekest tevens incidentele vordering, p. 36 en 95; nadere toelichting in appel/pleitnota, p. 15). Uit de bestreden beschikking volgt niet dat en waarom het daartegen door de man gevoerde verweer ertoe leidt dat het verzoek van de vrouw moet worden afgewezen.
De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 14 juni 2016;
verwijst het geding naar het gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 2 juni 2017.