Personen- en familierecht

Wvggz. Verzoek om aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden, art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz…

Hoge Raad, 10 april 2026

Zaakgegevens

Op 10 april 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 april 2026
Datum publicatie
9 april 2026
Zaaknummer
25/02723
Procedure
Cassatie
Advocaat
G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:576
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wvggz. Verzoek om aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden, art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz; overschrijding beslistermijn art. 6:2 lid 1, aanhef en onder e, Wvggz; verval machtiging van rechtswege, art. 6:6 lid 2 Wvggz. Hoge Raad doet zelf af, art. 6:5, aanhef en onder a, Wvggz. Aftrek voor dagen dat betrokkene zonder geldige zorgmachtiging was opgenomen?

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:178
  2. Hoge Raad · 10 april 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:576

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/02723

Datum 10 april 2026

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/19/151790 / FA RK 25-963 van de rechtbank Noord-Nederland van 19 mei 2025.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank van Noord-Nederland van 19 mei 2025, maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de verleende zorgmachtiging geldt tot en met 17 mei 2026, en tot afdoening door de Hoge Raad door te bepalen dat de verleende zorgmachtiging geldt voor de duur van maximaal zes maanden, tot en met uiterlijk 19 november 2025.

2 Uitgangspunten en feiten

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Bij beschikking van 17 mei 2024 heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 17 mei 2025 (hierna: de voorgaande zorgmachtiging).

(ii) Bij verzoekschrift van 28 april 2025 heeft de officier van justitie verzocht ten aanzien van betrokkene een aansluitende zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

(iii) De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 mei 2025.

(iv) Bij beschikking van 19 mei 2025 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend, en bepaald dat deze tot en met 17 mei 2026 geldt.

3 Beoordeling van het middel

3.1

Het middel klaagt dat de voorgaande zorgmachtiging was verleend tot en met 17 mei 2025 en dat na het verstrijken van de geldigheidsduur die zorgmachtiging was vervallen. De rechtbank kon om die reden op 19 mei 2025 geen aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden verlenen, maar slechts een zorgmachtiging voor de duur van maximaal zes maanden.

3.2

Deze klacht slaagt op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.8.

3.3

De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen. Omdat de zorgmachtiging niet aansloot op een eerdere zorgmachtiging in de zin van art. 6:5, aanhef en onder b, Wvggz, kon de rechtbank slechts een zorgmachtiging verlenen voor de duur van maximaal zes maanden, op de voet van art. 6:5, aanhef en onder a, Wvggz.

Anders dan het middel bepleit, is er geen grond voor aftrek van de twee dagen dat betrokkene zonder geldige zorgmachtiging was opgenomen (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.10).

Gelet op het voorgaande zal de Hoge Raad de duur van de verleende zorgmachtiging beperken tot zes maanden, dus tot en met 19 november 2025.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 19 mei 2025, maar uitsluitend voor zover daarin is bepaald dat de zorgmachtiging geldt tot en met 17 mei 2026;

- bepaalt dat de zorgmachtiging geldt tot en met 19 november 2025.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 april 2026.

Rechtbank Noord-Nederland 19 mei 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3680.