Verbintenissenrecht
Art. 80a RO. Verbintenissenrecht. Bewijs; art. 149 lid 1 Rv. Klachten dat hof nadrukkelijk betwiste…
Hoge Raad, 25 september 2020
ECLI:NL:HR:2020:1495 · Hoge Raad · 25 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/cassatie/ecli-nl-hr-2020-1495
Zaakgegevens
Op 25 september 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2020
- Datum publicatie
- 23 september 2020
- Zaaknummer
- 20/00822
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P. van den Berg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1495
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 80a RO. Verbintenissenrecht. Bewijs; art. 149 lid 1 Rv. Klachten dat hof nadrukkelijk betwiste stellingen als bewezen heeft geoordeeld; motiveringsklachten m.b.t. hetgeen in hoger beroep is aangevoerd en over passeren bewijsaanbod.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 3 december 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:4310Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 juli 2020
ECLI:NL:PHR:2020:846Hoge Raad · 25 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1495
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/00822
Datum 25 september 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J.P. van den Berg,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/15/258998 / HA ZA 17-364 van de rechtbank Noord-Holland van 21 juni 2017;
-
de vonnissen in de zaak C/15/263017 / HA ZA 17-595 van de rechtbank Noord-Holland van 4 oktober 2017 en 28 maart 2018;
-
de arresten in de zaak 200.241.031/01 van het gerechtshof Amsterdam van 6 november 2018 en 3 december 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 3 december 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op dat standpunt gereageerd.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.