Strafrecht overig
Medeplegen drievoudige moord in Helmond in 2003 i.h.k.v. ripdeal n.a.v. eerdere mislukte drugsdeal (art. 289…
Hoge Raad, 1 april 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3744 · Hoge Raad · 1 april 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2008-bc3744
Zaakgegevens
Op 1 april 2008 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 april 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 01952/07
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC3744
Samenvatting
Medeplegen drievoudige moord in Helmond in 2003 i.h.k.v. ripdeal n.a.v. eerdere mislukte drugsdeal (art. 289 Sr), waarvoor verdachte is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. 1. Redengevendheid van verklaring van in Duitsland gedetineerde persoon (A), die van andere gedetineerde (B) informatie over feiten te horen heeft gekregen. 2. Denaturering van verklaring van A. 3. Verweer dat verklaringen medeverdachte en getuige op elkaar zijn afgestemd en niet betrouwbaar zijn. 4. Motivering van “motief”. 5. Begrijpelijkheid van ’s Hofs overweging over overeenkomst die is gesloten om 3 personen te vermoorden. 6. Had Hof oordeel dat B zijn informatie moet hebben gekregen van iemand die bij onderhandeling en moorden aanwezig was nader moeten motiveren? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met ECLI:NL:HR:2008:BC3741.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 januari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC3744Hoge Raad · 1 april 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC3744
Uitspraak
1 april 2008
Strafkamer
nr. 01952/07
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 december 2006, nummer 20/004111-04, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Nieuw Vosseveld" te Vught.
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.P.M.A. Laeyendecker, advocaat te Oss, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de
Advocaat-Generaal.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 1 april 2008.