Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Hoge Raad, 25 juni 2013

Zaakgegevens

Op 25 juni 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 juni 2013
Datum publicatie
2 juli 2013
Zaaknummer
12/03456
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:13
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem · 6 april 2012

    ECLI:NL:GHARN:2012:BW1079
  2. Conclusie A-G · 23 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:10
  3. Hoge Raad · 25 juni 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:13

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

25 juni 2013

Strafkamer

nr. 12/03456

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 6 april 2012, nummer 21/001743-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. W.J. Ausma, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer B.C. de Savornin Lohman als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 juni 2013.