Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Hoge Raad, 3 mei 2013

Zaakgegevens

Op 3 mei 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 mei 2013
Datum publicatie
8 augustus 2013
Zaaknummer
11/03405
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:462
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 maart 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:229
  2. Hoge Raad · 3 mei 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:462

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

3 mei 2013

Strafkamer

nr. 11/03405

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 april 2011, nummer 20/004576-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G.J.A. van de Grint, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 mei 2013.