Strafrecht overig

Mishandeling door met een laserpen in de ogen te schijnen. HR: 81.1 RO en ambtshalve: constatering dat de…

Hoge Raad, 17 september 2013

Zaakgegevens

Op 17 september 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 september 2013
Datum publicatie
17 september 2013
Zaaknummer
12/00834
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:709
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mishandeling door met een laserpen in de ogen te schijnen. HR: 81.1 RO en ambtshalve: constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 juni 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:801
  2. Hoge Raad · 17 september 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:709

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

17 september 2013

Strafkamer

nr. 12/00834

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 juni 2011, nummer 23/005116-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde werkstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 september 2013.