Strafrecht overig

HR: 81.1 RO. De verwerping van het middel, inhoudende dat is verzuimd voorarrest af te trekken, behoeft gelet…

Hoge Raad, 1 oktober 2013

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2013
Datum publicatie
1 oktober 2013
Zaaknummer
11/04936
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:822
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO. De verwerping van het middel, inhoudende dat is verzuimd voorarrest af te trekken, behoeft gelet op ECLI:NL:HR:2013:BZ4478 geen nadere motivering.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 augustus 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:845
  2. Hoge Raad · 1 oktober 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:822

Uitspraak

1 oktober 2013

Strafkamer

nr. 11/04936

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 23 september 2011, nummer 21/003045-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verbeterde lezing van de bewezenverklaring, tot aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht op de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, - en wat betreft het derde middel mede gelet op HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4478, NJ 2013/246 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2013.