Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Hoge Raad, 1 oktober 2013

Zaakgegevens

Op 1 oktober 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 oktober 2013
Datum publicatie
1 oktober 2013
Zaaknummer
13/00022
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:829
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:3356
  2. Conclusie A-G · 20 augustus 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:852
  3. Hoge Raad · 1 oktober 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:829

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

1 oktober 2013

Strafkamer

nr. 13/00022

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 augustus 2012, nummer 22/002987-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.H.E. Wanrooij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft schriftelijk het standpunt ingenomen dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

De Advocaat-Generaal heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2013.