Strafrecht overig

HR: art. 81.1 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie (HR volstaat met de constatering).

Zaakgegevens

Op 2 juli 2013 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2013
Datum publicatie
11 juli 2013
Zaaknummer
11/02287
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:96
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO en overschrijding van de redelijke termijn in cassatie (HR volstaat met de constatering).

Procesgang

  1. Uitspraak · 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:2252
  2. Conclusie A-G · 23 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:61
  3. Hoge Raad · 2 juli 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:96

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

2 juli 2013

Strafkamer

nr. S 11/02287

DAZ/JH

Arrest

 

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 mei 2011, nummer 23/004343-09, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

 

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

  

2. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

 

3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

 

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf 6 weken met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

 

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

 

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voor­zitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en J. Wortel, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 2 jul 2013.