Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 24 juni 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 juni 2014
Datum publicatie
24 juni 2014
Zaaknummer
13/04257
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1518
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 4 januari 2013

    ECLI:NL:RBLIM:2013:BY7756
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 augustus 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:3791

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 22 april 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:609
  4. Hoge Raad · 24 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1518

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

24 juni 2014

Strafkamer

nr. 13/04257

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 augustus 2013, nummer 20/000121-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Mr. H.M.W. Daamen en mr. B.A.M. Hendrix, beiden advocaat te Maastricht, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2014.