Strafrecht overig

Profijtontneming. HR: art. 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 oktober 2014
Datum publicatie
14 oktober 2014
Zaaknummer
12/05507
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2968
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Gravenhage · 16 december 2010

    ECLI:NL:RBSGR:2010:BO7552
  2. Rechtbank 's-Gravenhage · 16 december 2010

    ECLI:NL:RBSGR:2010:BR5088
  3. Gerechtshof 's-Gravenhage · 14 november 2012

    ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3131

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Conclusie A-G · 26 augustus 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1837
  5. Hoge Raad · 14 oktober 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2968

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

14 oktober 2014

Strafkamer

nr. 12/05507 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 november 2012, nummer 22/000119-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2014.