Strafrecht overig

Opzettelijke schending van een ambtsgeheim, art. 272 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 18 februari 2014

Zaakgegevens

Op 18 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 februari 2014
Datum publicatie
18 februari 2014
Zaaknummer
13/00294
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:362
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijke schending van een ambtsgeheim, art. 272 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 12 september 2011

    ECLI:NL:RBBRE:2011:BS1695
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 oktober 2012

    ECLI:NL:GHSHE:2012:BY0237

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 17 december 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2550
  4. Hoge Raad · 18 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:362

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

18 februari 2014

Strafkamer

nr. 13/00294

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 oktober 2012, nummer 20/003539-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. I.A. van Straalen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer H.A.G. Splinter-van Kan als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2014.