Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 16 december 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2014
Datum publicatie
16 december 2014
Zaaknummer
14/00700
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:3626
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 oktober 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2292
  2. Hoge Raad · 16 december 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:3626

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:444

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

16 december 2014

Strafkamer

nr. S 14/00700

IF/SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 januari 2014, nummer 23/000701-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M. Veldman, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014.