Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Hoge Raad, 16 december 2014

Zaakgegevens

Op 16 december 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2014
Datum publicatie
16 december 2014
Zaaknummer
14/02549
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:3629
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 11 november 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2295
  2. Hoge Raad · 16 december 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:3629

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

16 december 2014

Strafkamer

nr. 14/02549

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 december 2013, nummer 23/003483-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2014.