Strafrecht overig

HR: 81.1 RO + strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Hoge Raad, 14 januari 2014

Zaakgegevens

Op 14 januari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 januari 2014
Datum publicatie
14 januari 2014
Zaaknummer
12/00678
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:53
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO + strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.

Procesgang

  1. Rechtbank Alkmaar · 22 juni 2010

    ECLI:NL:RBALK:2010:BM8865
  2. Gerechtshof Amsterdam · 7 oktober 2011

    ECLI:NL:GHAMS:2011:BT7209

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 12 november 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2130
  4. Hoge Raad · 14 januari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:53

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

14 januari 2014

Strafkamer

nr. 12/00678

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 7 oktober 2011, nummer 23/003053-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van drie jaren.

4 Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze twee jaren en tien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2014.